donnawillemina.punt.nl
HET HONDJE ZONDER STAART
Het hondje zonder staart.
 
 
 “Floep.” Er ploft een hondje op de grond. Het staat op, schudt zich uit en likt zich aan een voorpootje. “Wraff.. harde vloer hoor!”
Terence schrikt zich een hoedje. Hij zit net achter de computer een spelletje te spelen. “Waar kom jij vandaan?” vraagt hij aan het hondje. “Hoi,” zegt het hondje, “ik ben Dinky. Ik kom uit de computer. En wie ben jij?”
“Ik ben Terence. Ik woon hier.”
Het hondje kijkt om zich heen. “Hm, gezellige kamer heb je, dat heb ik wel eens anders meegemaakt.”
“Spring jij zomaar uit de computer bij vreemde mensen de kamer in dan?” vraagt Terence.
“Ja hoor,” antwoordt Dinky. “Ik ben al op heel veel plaatsen geweest.” Hij springt op het bed van Terence.
“Hé, dat mag niet!”roept Terence.
“Nou, ik vind die houten vloer maar niks. Ik word stijf als ik daar een poosje op lig.”
“Oh, maar je kunt hier niet blijven. Mijn moeder is bang voor honden. Ze kan je ook maar beter niet zien.” zegt Terence en kijkt angstig naar de deur van de kamer. Gelukkig zit die dicht. “Wat doe je eigenlijk bij al die mensen in huis?”, vraagt Terence, “en waarom woon je in de computer?”
Dinky kijkt naar Terence en zucht verdrietig. “Ik zal je een verhaal vertellen”.
  
  
Op een avond zat een jongetje net als jij op de computer een spelletje te spelen. Hij zat midden in een spelletje waarin een hondenvanger een hondje achterna zat. Het hondje rende voor zijn leven. Het jongetje, Hansje, deed heel erg zijn best om het hondje in de pc te redden. Hij rukte en trok aan de joystick, maar niks hielp. De hondenvanger kreeg het hondje te pakken en duwde het in de auto. Per ongeluk deed hij daarna de autodeur te snel dicht. De staart van het hondje kwam er tussen te zitten. “Kai, kai, kai,” jankte het hondje. Ineens viel zomaar de elektriciteit uit in het huis waar Hansje woont. De computer deed het niet meer. Toen de stroom er weer op zat was het al te laat voor Hansje om nog verder te spelen op de computer.
De volgende morgen keek de papa van Hansje op internet. Hij en de mama van Hansje zochten iemand die een nest jonge hondjes had.
In de computer vonden ze een adres: Fokkerij Teel in Wiebelerdam. Daar zijn ze in de auto met zijn drieën naar toe gereden.
Hansje zag bij de fokker een heel leuk hondje met krulletjeshaar. Hij was meteen verliefd op dat hondje.
“Mag ik deze?” vroeg hij.
De papa en mama keken niet blij.
“Dat hondje heeft geen staart,” zeiden ze. “en het is een al wat ouder hondje.”
“Kom, we gaan ergens anders kijken.”
Het hondje hapte in de broekspijp van Hansje en gromde zachtjes: “Je moet me helpen. Jullie zijn mijn laatste kans.”
“Wat bedoel je?” fluisterde Hansje.
“Als jullie mij niet kopen, dan ga ik dood.” zei het hondje. “Niemand wil mij hebben en ik word te duur voor de fokker.”
“Te duur?”
“Ja, want hij moet eten voor me kopen en ik kan wel héél oud worden.”
“Nou en..?”
“Dat wil hij niet. Ik hoorde hem gisteren zeggen dat ik dan maar dood moet,” snikte het hondje.
Hansje keek om zich heen. Gek, het leek wel of niemand anders het hondje had horen praten.
“Weet je wat?” zei hij, “ik ga wel even huilen. Dat helpt bijna altijd.”
“Boehoe-oe – boehoe – “snikte hij, “ik wi-hil zo gra-aag dit ho-hondje.” Hansje liet zich op de grond vallen naast het hondje.
“Wat doe je dat goed!” kefte die en likte het snoetje van Hansje.
“Kijk nou toch,” hoorden ze de mama zeggen, “ze zijn nu al vriendjes.”
Hansje gluurde vanonder zijn wimpers naar papa en mama.
“Please papa, mag ik dit hondje?” “Dan ga ik zaterdag de auto wassen en volgende week en de week daarop, en ..”
“Nou, vooruit dan maar,” zei de vader van Hansje.
“Yes!” riep Hansje blij, “Ik heb een hondje, ik heb een hondje!”
Het hondje sprong blij tegen Hansje op. “Hoera! Het is gelukt. Ik wist het wel! Wij horen bij elkaar.”
Met zijn allen reden ze in de auto naar huis terug.
Hansje vond het prachtig om met het hondje te spelen en te wandelen. Het hondje kreeg een mandje en een naam: “Dinky”.
 
 
“Hé, net als jij dus,” onderbreekt Terence het verhaal. 
“Ben jij dat hondje? Ik snap nog steeds niet waarom je in de computer woont?” “Woef waf, wacht nu even tot je alles gehoord hebt. Dan begrijp je het wel,” keft het hondje en gaat verder met z’n verhaal.
  
 
Na een paar weken was het nieuwe er voor Hansje af. Hij speelde nog wel eens met Dinky maar niet meer zo vaak.
Hansje kroop af en toe weer achter de computer. Dinky lag dan naast hem op de grond te slapen.
Op een dag wilde Hansje opnieuw het spelletje spelen van de hondenvanger.
Er gebeurde echter iets geks. Toen Hansje het spelletje had opgestart, stond de hondenvanger in de pc nog steeds achter de auto. Maar die was helemaal leeg. Op de straat lag een staartje. Waar was het hondje gebleven?
Hansje keek naar Dinky die aan zijn voeten lag en zei: “Ken jij die hondenvanger van de computer? Je lijkt heel veel op het verdwenen hondje.” Dinky keek op en schrok.
De hondenvanger keek naar Hansje en toen naar Dinky en riep: ”Dáár ben je dus!” Hij stak een arm uit het computerscherm en greep Dinky in zijn nekvel vast. Daarna sleepte hij Dinky de computer in en duwde hem weer in de auto.
Op dat moment liep de computer van Hansje vast. Hij kon Dinky met geen mogelijkheid terughalen uit de pc.
 
 
Terence kijkt naar Dinky. “Hoe liep het verhaal af?, vraagt hij. 
“Het verhaal is nog steeds niet afgelopen,” zucht Dinky.
“Ik ben inderdaad het hondje uit dit avontuur. Elke keer als iemand het spelletje speelt van de hondenvanger, hoop ik dat het Hansje is.
Ik spring dan vlug vanuit de auto van de hondenvanger het huis binnen van degene die het spelletje speelt. Maar het is steeds iemand anders die het spelletje speelt. Daarom spring ik telkens ook weer terug in de computerauto. Hansje heb ik nooit weer gezien.”
“Weet je wat?” zegt Terence, “ik ga je helpen met zoeken.”
“Ik schrijf naar de krant en vraag of iemand een hondje mist dat Dinky heet. We vinden Hansje vast wel terug. Tot die tijd ben je stiekem mijn hondje, oké?”
“Dat is goed,” zegt Dinky, “maar dan moet je de computer wel uit laten staan totdat we Hansje gevonden hebben. Anders smijt de hondenvanger mij weer in de auto.”
De volgende dag stuurt Terence een brief naar de krant en vraagt of die een advertentie wil plaatsen. Dat doet de krant:
 

GEZOCHT

 

Namens computerhondje Dinky ben ik op zoek

 

naar zijn baasje
 
HANSJE
 
ben jij Hansje of ken je Hansje bel dan
 
naar
 
777-5555
 
 
Een paar dagen later, op kerstavond, gaat de telefoon. Het is Hansje de Waal. Zijn papa heeft de advertentie in de krant gelezen. Hansje vraagt of het echt waar is dat zijn hondje Dinky weer uit de computer gesprongen is. Terence zegt dat het waar is en Hansje is heel erg blij. Dinky ook.
‘s Morgens op eerste kerstdag komt Hansje Dinky ophalen. En vanaf die tijd zijn ze altijd bij elkaar. Terence en Hansje worden dikke vriendjes en ze stoeien heel veel samen. Maar het hondenvanger spelletje op de computer spelen ze nooit weer.

     

 

 

 

© W.M. Huisman

 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl